Afdrukken

Benzineprijzen: Toch lekker (?) kampioen..

on .

De Leeuw staat in z'n hempie, maar Nederland is wel Europees leider, in dure benzine. Ook de 'kale' prijs, zonder belasting en accijns, is hoger dan elders. Hoe kan dat, Shell en Total?

"WILLEN JULLIE DAT DE BENZINEPRIJS DAALT? Dat kan! Maar dan moeten we NU handelen en SLIM handelen!'

Radeloze automobilisten trachten met een kettingbrief een boycot te ontketenen tegen Shell en Total. Als straks 3 miljoen mensen gehoor geven aan de e-mail en stoppen met tanken bij de marktleiders, moeten die hun prijzen wel verlagen en ontbrandt er een prijsoorlog. Creatief, maar net als andere spam bestemd voor de prullenbak?

De benzinemaatschappijen hebben de brandstofprijzen immers niet in de hand. De enorme vraag naar olieproducten heeft de prijs voor ruwe olie opgejaagd tot 140 dollar per vat. Het tekort aan raffinagecapaciteit geeft de prijzen voor eindproducten, vooral diesel, nog eens een extra zet. Bovendien bestaat de prijs voor een liter euro 95 voor 60 procent uit accijnzen en BTW. Bij diesel gaat het om meer dan 40 procent, en komt er op 1 juli nog eens 3 cent bij. Die actievoerders moeten met hun powerpoint dus maar op Wouter Bos afstappen, naar de Opec of naar China, de motor achter de vraag.

Of hebben ze toch een beetje gelijk? Het wekelijkse Oil Bulletin van de Europese Commissie, directoraat Energie, geeft een overzicht van de brandstofprijzen in Europa. Opmerkelijk eerste feit: we hebben in Nederland niet eens de inhaligste overheid van Europa. Voor de 66,5 cent die de Staat op een liter benzine legt, geldt dat wel, al zit Duitsland daar slechts een cent onder en vragen België en Frankrijk ook meer dan 6 dubbeltjes aan accijns. Dankzij onze sterke transportsector zijn we met onze accijns op diesel echter een middenmoter. Het Verenigd Koninkrijk voert een krachtig ontmoedigingsbeleid tegen diesel, ook Duitsland, Frankrijk en Italië heffen aanzienlijk meer dan onze overheid.

De accijns en alle BTW-achtige belastingen buiten beschouwing gelaten, toont het Oil Bulletin een tweede opmerkelijk feit: de 'kale' brandstofprijzen zijn in Nederland hoger dan waar ook. In het juni-rapport bedroeg de gemiddelde kale prijs voor Euro 95 in ons land 74,9 cent. Dat is 9 procent boven de kale prijs in het notoir dure Italië en zelfs 23 procent meer dan de nettoprijs van 61 cent die in Duitsland gemiddeld geldt. Als we de botte logica van de actievoerders tegen Shell en Total even volgen: er is in Noord-West Europa een internationale markt voor benzine en diesel, waarop homogene prijzen tot stand komen, bijgehouden door bureau Platts. Op zijn Platts noteringen vaart de hele markt. Dan verdient de branche in Nederland toch een dubbeltje méér per liter dan in andere landen?

Dat ligt genuanceerder als je het Shell zelf vraagt. 'Gelet op de adviesprijzen, lijkt Nederlandse benzine misschien duurder dan elders, maar het grootste deel van de pomphouders geeft korting op die prijs.' zegt een woordvoerder. Toch is het oliebulletin van Brussel geen nattevingerwerk. Het is in het leven geroepen om meer transparantie te brengen in de Europese brandstoffenmarkt, alle lidstaten zijn wettelijk verplicht een gewogen gemiddelde van de reële prijzen aan de pomp door te geven.

De prijsverschillen zijn deels verklaarbaar door de verschillen in marktdynamiek tussen de Europese landen. In Frankrijk heb je de grote supermarkten, die benzine als lokkertje tegen kostprijs verkopen. In Duitsland is het aantal tankstations relatief veel kleiner dan bij ons. Het aantal liters dat er per pomp doorheen gaat is er gemiddeld tweemaal zo groot. Dat schaalvoordeel komt terug in de consumentenprijs.

Nederland heeft een fijnmazig netwerk van benzinepompen. De grond is er schaars, bovendien jagen de scherpste milieu-eisen alle exploitanten op hogere kosten. Zo is de marktdynamiek in elke lidstaat weer anders. Maar waarom is, van Griekenland tot Finland en van Ierland tot Polen, de structuur van de markt dan overal dusdanig, dat er lagere prijzen voor brandstof tot stand komen? En waarom is België, met een nóg lager volume per pomp, ook goedkoper?

Prijsafspraken?

Het raadsel van de dure benzine doet terugdenken aan de jaren negentig, waarin de Economische Controledienst ECD en later concurrentiewaakhond NMa hun tanden stukbeten op het dossier. Het vermoeden bestond dat de grote benzinemaatschappijen onderling prijsafspraken maakten, en bovendien met alle pomphouders een gelijke marge afspraken.

Het bestaan van een benzinekartel is echter nooit bewezen. Het ECD-rapport bevatte in 2000 voor justitie te weinig harde feiten om tot vervolging over te gaan. De NMa kwam na onderzoek in 2001 tot het harde oordeel dat de benzine in Nederland 10 à 15 guldencent te duur was door prijsafspraken. Maar na een stortvloed van kritiek slikte de kartelwaakhond die conclusie in. In 2003 besloot het uiteindelijk dat ingrijpen in de benzinemarkt te weinig effect zou hebben.

Langs de snelwegen zag Den Haag overigens wel reden tot ingrijpen. Daar liggen de prijzen traditioneel immers het hoogst en is de concurrentie het kleinst. Om nieuwe toetreders een kans te geven, werden de grote merken gedwongen ongeveer 50 locaties af te staan, die vervolgens werden geveild. Na jaren van veilingen werd het resultaat vorige week aan de Tweede Kamer voorgelegd. Er zijn inderdaad meer aanbieders langs de snelwegen, maar tot lagere prijzen heeft dat niet geleid. De snelwegen worden bevolkt door zakelijke rijders, die het weinig uitmaakt in welke kassa ze hun tankkaart stoppen. Prijsgevoelig zijn ze nauwelijks, de prijspalen die de oliemaatschappijen sinds kort langs de weg neerzetten, zullen ze voorbijrijden als de benzinemeter dat toelaat.

De NMa volgde na zijn miskleun de markt met een jaarlijkse benzinescan. Na de derde editie laat de instantie het erbij zitten. 'We hebben geen aanleiding om de benzinemarkt nader te onderzoeken.' verklaart een woordvoerster. 'We hebben geconstateerd dat met name op de secundaire wegen de concurrentie goed op gang is gekomen.'

Prijsvechters?

Buiten de snelwegen is het landschap sinds 2000 inderdaad flink veranderd. Vooral prijsvechters Tango en Tinq en de consumentenclubs ANWB en United Consumers hebben de markt in beweging gezet. Nu korting op de adviesprijs eerder regel dan uitzondering is, wordt het ene na het andere kleine station omgebouwd tot onbemande pomp. Aan de brandstof zelf valt voor kleine pomphouders weinig meer te verdienen. Een cent, twee cent; merkstationsóf witte pompen, meer marge zit er niet in. 'Veel exploitanten ontlenen hun bestaansrecht aan hun shop, de wasstraat en andere nevenactiviteiten.' verklaart Rabo-analist Richard Jeurissen. 'De benzine is de reden dat de klant komt, verdienen doen ze aan de bijproducten.'

'Er is zat concurrentie.' stelt ook Erik de Vries vast, directeur van NOVE, de brancheclub van zelfstandige oliehandelaren. 'Alleen is de ruimte om te concurreren erg klein.' De pomphouder zit in de regel vast aan langjarige contracten met zijn leverancier. In die contracten staat vaak de adviesprijs centraal, de exploitant die een locatie huurt van de benzinemaatschappij krijgt daarvan een vaste marge van rond een stuiver. Daarvan moet hij alles moet doen, óók de korting weggeven. Veel contracten kennen nog wel een margebijdrage door de olieleverancier als de korting de inkomsten helemaal wegvreet.

De Vries van de Nove verwacht al met al een regelrechte shake out, die wordt versneld door de hoge brandstofprijzen.'Je voorraadkosten gaan enorm omhoog, maar de verdiensten niet. Bovendien komen de volumes onder druk te staan door de hoge prijzen. Er zijn nu 4000 pompen, dat kunnen er zomaar 3000 worden.'

Als de pomphouder niet binnenloopt op de hogere prijs, komen we toch weer bij de benzinemaatschappijen uit. Op het niveau van de tankstations wordt er stevig gevochten, maar hoe gaat dat bij de raffinaderijen? Daarvan heeft Nederland er maar vijf, en die zijn in handen van de grote spelers. 'Er heerst relatieve schaarste aan raffinagecapaciteit.' zegt energiedeskundige Aad Correlje, werkzaam bij instituut Clingendael en docent aan de TU Delft. 'En het is een feit dat de benzine in Nederland altijd duurder is dan in omringende landen. Ook al is nooit bewezen dat er iets met de markt mis is, het heeft wel alles te maken met de positie van de oliemaatschappijen en hun raffinaderijen.'

Een groot deel van de brandstof wordt rechtstreeks doorgeleverd aan de tankstations, de prijsvorming is daar afhankelijk van wat de contracten voorschrijven. 'Het aandeel van de vrije markt is erg klein in tijden als deze, waarin de vraag groter is dan het aanbod.' zegt Correlje.

'Alles en iedereen werkt toch met de Platts prijzen.' zegt Peter Nohlmans. Hij is met Van der Sluijs Groep een van de grootste oliehandelaren van het land, heeft 12 gigantische depots en doet met alles en iedereen zaken. 'Wij hebben te maken met de ARA-markt, de markt in Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam, en daar liggen de prijzen momenteel iets hoger dan in Duitsland. Maar een dubbeltje, dat is onbestaanbaar. Wij kopen in en verkopen tegen Platts prijzen. Dat doen we in België tegen dezelfde prijzen als in Nederland. Als de grote oliemaatschappijen in staat zouden zijn om 9 cent meer te vragen voor hun product, zouden wij daar onder moeten zitten, maar dat is niet zo.'

Zou Brussel wel de juiste prijzen noteren? 'Ik weet dat niemand een goed overzicht heeft.' zegt Paul van Selms van United Consumers. 'Zelfs het CBS komt bij mij om de prijzen te vragen. Ik denk dat het met de prijsverschillen wel meevalt.' 28-6-2008 FEM Business

TankwagenLossen

RUNCOLOR_andersom_klein

M1_Lockup_4c_R

station_-_bakery

EssoPumps